Melkveebedrijf IJsselvallei, Jan Willem en Michaela (Brummen)

Het uitgangspunt van het melkveebedrijf IJsselvallei is om samen met de natuur te werken en om een duurzaam natuurinclusief verdienmodel te optimaliseren. Als demobedrijf IJsselvallei hoopt Jan Willem een inspiratiebron te zijn voor andere gangbare collega’s die ook richting een natuurinclusief bedrijfsmodel bewegen.

Het natuurinclusieve melkveebedrijf Maatschap Breukink wordt geleid door ondernemerskoppel Jan Willem Breukink en Michaela van Leeuwen. Samen met hun twee dochters wonen ze tegen de uiterwaarden van rivier de IJssel aan, in Brummen. Het is een gangbaar melkveebedrijf dat al twee jaar geen kunstmest en chemie gebruikt.

Sinds 2020 gebruikt het bedrijf geen kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. Ze telen geen mais. Het krachtvoer bestaat grotendeels uit de humane voedselresten, zoals wortelstoomschillen en pompoenpulp.

Scheiden en weiden

Toen Jan Willem en Michaela in het bedrijf kwamen was de bedrijfsvoering erg klassiek. Maar toen het bedrijf verplaatst moest worden om meer ruimte te maken voor de IJssel, was dit een uitgelezen kans om het anders aan te pakken. Ze bouwden 600 meter verderop een duurzame maatlatstal, waar de mest en urine gescheiden worden en het vloeibare deel wordt belucht om afbraak van stikstof tegen te gaan. In die stal melken ze nu 190 melkkoeien. Zelf hebben ze geen jongvee, alle dieren worden aangekocht. “We halen onze koeien het liefst uit de omgeving, dus er staat van alles tussen, net zo multiculti als Nederland zelf”, licht Jan Willem toe.

Er wordt zo veel mogelijk geweid, dit gebeurt in veel gevallen op kruidenrijk grasland. Verbinding met de omwonenden en burgers past goed bij Jan Willem en Michaela. Ze houden ervan om kennis over het bedrijf te delen en zijn bedreven in het geven van voorlichting. Nu ze demobedrijf zijn kunnen ze deze kennisdeling nog verder uitbreiden. Jan Willem hoopt collega’s enthousiast te krijgen om ook meer mét de natuur te gaan werken.

Werken met de natuur

Op het bedrijf wordt op verschillende manieren samen met de natuur gewerkt. Een voorbeeld hiervan is een proef met bomen op het bedrijf. Samen met adviseur Ton Baltissen hebben ze een gedeelte agroforestry aangeplant met onder andere 35 rassen hazelaars, verschillende walnotenrassen en appel- en perenbomen. Er staan ook hagen en voederbomen die de gezondheid van het vee verbeteren. De bomen moeten niet alleen zorgen voor extra inkomsten, maar ook voor een verbetering van de biodiversiteit.

Al sinds 2020 gebruikt het bedrijf geen kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. Ze telen geen mais. Het krachtvoer dat nu gevoerd wordt bestaat grotendeels uit de humane voedselresten, zoals wortelstoomschillen en pompoenpulp. Het doel is om de koeien zo veel mogelijk gras te voeren.

Delen op basis van cijfers
Door de veranderingen in hun bedrijfsvoering merken ze dat hun dieren gezonder zijn en ze meer plezier hebben in hun werk. Ondanks deze positieve ervaringen vinden de ondernemers het belangrijk om niet alleen het ‘onderbuikgevoel' delen. Daarom wordt er gericht data verzameld en geanalyseerd door deskundigen, zodat de effectiviteit van de getroffen maatregelen aangetoond kan worden. Tijdens de demonstraties en voorlichting de komende jaren zal de nadruk dan ook liggen op de aantoonbare effecten van de genomen maatregelen.

"Zo hopen we op een laagdrempelige manier collega agrariërs te inspireren en hun aan te zetten tot het implementeren van maatregelen op gebied van duurzame landbouw. Ongeacht of het klei- of zandgrond is.”

Maak kennis met dit demobedrijf

Op dit moment is er nog geen website van het bedrijf beschikbaar

Maak kennis met andere demobedrijven

Meer weten over de duurzame maatregelen van andere demobedrijven? Maak ook kennis met deze bedrijven.