Agrarisch ondernemers krijgen automatisch overmacht toegekend voor twee onderdelen uit de ecoregeling. Ook mogen zij langer dierlijke mest uitrijden op grasland, tot en met 15 september. Het gaat om drijfmest op grasland op alle grondsoortregio's en vaste dierlijke mest op grasland gelegen op zand- en lössgronden. Deze besluiten neemt de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) in verband met de extreme droogte deze zomer.

Agrarisch ondernemers die binnen de ecoregeling hebben opgegeven de eco-activiteiten groene braak en onderzaai vanggewas uit te voeren, hoeven niet te voldoen aan de voorwaarde met betrekking tot minimale bodembedekking. Voor de eco-activiteit vroeg ras rooigewas wordt de uiterste rooidatum 1 oktober in plaats van 1 september. Daarmee wordt de rooidatum gelijkgesteld met de uiterste inzaaidatum van vanggewassen op zand of lössgrond.

Bij deze eco-activiteiten geldt gewoonlijk dat aan de voorwaarden wordt voldaan als minimaal 80 procent van de bodem zichtbaar bedekt is. Als gevolg van het automatisch toepassen van overmacht, zullen deze voorwaarden automatisch als voldaan worden beschouwd. Ook voor de basisbetaling vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid geldt dat er dit jaar niet hoeft te worden voldaan aan de 80 procent minimale bodembedekking (onderdeel landbouw- en milieuconditie 6, GLMC).

De verlenging van de uitrijperiode voor dierlijke mest van 31 augustus naar 15 september op grasland, zorgt ervoor dat agrarisch ondernemers kunnen wachten met het uitrijden van mest tot de graszode enigszins hersteld is na de droogte. Dit voorkomt schade aan de zoden en kan er ook voor zorgen dat de mest daadwerkelijk bijdraagt aan een betere groei van gras. Dat biedt boeren de mogelijkheid om in september of oktober nog een extra grassnede binnen te halen en daarmee voldoende ruwvoer voor de komende periode te produceren.

Met betrekking tot het langer uitrijden van mest heeft de minister advies gevraagd aan de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM). Uit dit advies blijkt dat de langere uitrijdperiode op grasland de voorkeur heeft boven het versneld uitrijden van mest in augustus. Dit is vanuit landbouwkundig en milieukundig oogpunt beter. Te veel mest uitrijden op de verdroogde grond brengt meer risico’s op uit- en afspoeling met zich mee. Verlening van de uitrijdperiode in deze omstandigheden zal niet lijden tot een betekenisvolle toename van uit- en afspoeling van nitraat ten opzichte van de gebruikelijke uitrijdperiode in andere jaren.

Het besluit tot verlenging van de uitrijdperiode voor dierlijke mest op grasland wordt zo snel mogelijk officieel gepubliceerd in de Staatscourant. Voor het toekennen van overmacht binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid is dit niet nodig. In de Kamerbrief staat het volledige besluit toegelicht.