Op melkveebedrijf Fûgelsang van Hans Kroodsma en zijn vrouw in het Friese Jannum is biodiversiteit geen bijzaak, maar het vertrekpunt. Als kind struinde Hans de weilanden af, op zoek naar kievietseieren. “Misschien is dat wel waar het begon, dat ik als klein jongetje de kievit te slim af wilde zijn” zegt hij. Die vroege fascinatie voor weidevogels en natuur is nooit verdwenen.

Beeld: © Fûgelsang

Boeren met oog voor de natuur

In 2007 nam hij het ouderlijk bedrijf over, tegelijkertijd raakte hij betrokken bij de agrarische natuurvereniging. “De koppeling tussen landbouw en natuur vond ik een interessant pad”, vertelt hij. Wat begon met onbemeste slootranden groeide al snel uit tot de rol van voorzitter binnen het collectief. Zijn visie: boeren kunnen meer zijn dan voedselproducenten – ze kunnen hoeders van het landschap en biodiversiteit zijn.

In 2015 bouwde Hans een grotere stal, een keuze waar hij later gemengde gevoelens bij kreeg: “Het paste niet bij wie ik ben.” De koers verschoof richting extensief, minder kunstmest en meer ruimte voor natuur. In 2022 werd hij biologisch gecertificeerd. “Onbewust was ik al jaren bezig met de omschakeling. Doordat dit zo geleidelijk ging, voelde het niet als een grote verandering in de bedrijfsvoering”, zegt Hans.

Hij redeneert niet alleen vanuit zijn 130 koeien, maar ook vanuit ‘zijn’ weidevogels. “De vogels hebben insecten en wormen nodig, wat is daarvoor nodig in het landschap?” Kruidenrijk grasland, plasdrasgebieden, hoog waterpeil en onbemeste randen zorgen voor een divers voedselaanbod. “Weidevogels zijn de graadmeter. Als zij het goed doen, dan zit het waarschijnlijk ook goed met het voedselaanbod”. Zijn Jersey-koeien passen goed in dit systeem: ze hebben minder ruwvoer nodig en doen het goed op kruidenrijk grasland.

Beeld: © Fûgelsang

Experimenteren met verdienmodellen

Uiteindelijk streeft Hans naar een bedrijf met koeien en zoveel mogelijk natuur. Die omslag vraagt om een ander verdienmodel. Samen met zijn vrouw experimenteert hij met korte ketens: kaas, vlees, ijs en melk worden rechtstreeks aan huis verkocht. “Ik realiseer me dat dit niet voor elke boer geschikt is”, zegt hij. Zijn bedrijf ziet hij als proeftuin, waarin hij experimenteert met verschillende verdienmodellen en vormen van agrarisch natuurbeheer. “Vervolgens deel ik wat wel en niet werkt. Niet om te overtuigen, maar om te laten zien wat voor mij werkt. Dan kunnen anderen zelf een afweging maken.”

Wat Hans drijft, is niet alleen de biodiversiteit, maar ook het plezier in het boeren. “Ik haal mijn lol uit het boeren met weidevogels. Bij veel boeren is het plezier weggegaan, dat is zonde.”

Beeld: © Fûgelsang

Kennis delen in de praktijk

Als Demonstratiebedrijf Duurzame Landbouw werkt Hans onder andere samen met Simon Spriensma, fanatiek weidevogelliefhebber en dronepiloot die onder andere veehouders helpt bij het veilig stellen van nesten. Met gezamenlijke demonstraties willen ze laten zien hoe natuur en landbouw hand in hand kunnen gaan. “Als mensen hier enthousiast vertrekken en gaan nadenken over wat er anders kan, dan is dit project voor mij geslaagd.”