Wageningen Universiteit & Research (WUR) heeft een wetenschappelijke onderbouwing opgeleverd van indicatoren die de verduurzaming op bedrijfsniveau in de melkvee- en akkerbouwsector in beeld kunnen brengen. Het rapport geeft inzicht in welke set van indicatoren te hanteren is. Met deze set kan de bijdrage van de boer aan duurzaamheidsdoelen meetbaar en waardeerbaar worden gemaakt. Daarmee komt met dit rapport bedrijfsgerichte doelsturing een stukje dichterbij.
Met bedrijfsgerichte doelsturing wordt het mogelijk om boeren meer ruimte te geven om zelf voor maatregelen te kiezen die op het bedrijf het meest bijdragen aan duurzaamheidsdoelen. De overheid handhaaft dan niet op wat boeren doen, maar op het resultaat dat op deze agrarische bedrijven wordt behaald. Het ministerie van LVVN wil dit bedrijfsgerichte systeem van doelsturing als eerste ontwikkelen voor duurzaamheidsdoelen op het gebied van stikstof, klimaat en waterkwaliteit.
Het rapport dat WUR in februari heeft gepubliceerd doet een voorstel voor een set van indicatoren die te gebruiken is om de bijdrage van het agrarische bedrijf aan duurzaamheidsdoelen inzichtelijk te maken. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een betere bodem en minder uitstoot van emissies. Van elke indicator is onder meer beschreven hoe deze vastgesteld kan worden, welke gegevens daarvoor nodig zijn en wat het handelingsperspectief voor de boer is. Het rapport doet aanbevelingen voor het doorontwikkelen van KPI’s.
Streven is dat er een vaste set van betrouwbare indicatoren komt voor alle duurzaamheidsdoelen tezamen: de integrale KPI-kernset. Wanneer marktpartijen, zoals afnemers en financiers, én overheden gebruik maken van dezelfde KPI-kernset wordt het voor agrarisch ondernemers overzichtelijker om keuzes te maken die bijdragen aan duurzaamheidsopgaven. Idealiter hoeft een agrarisch ondernemer dan maar een keer gegevens vast te leggen, die nodig zijn om beloningen te ontvangen of om aan te tonen dat resultaten zijn behaald.
Bij het opstellen van deze wetenschappelijke onderbouwing, is kennis en ervaring meegenomen die in de praktijk nu al wordt opgedaan met sturing op KPI’s. Zo zijn er pilots uitgevoerd en koppelt de zuivelsector bijvoorbeeld premies aan KPI-scores, benutten banken deze om rentekorting te geven en nemen terreinbeherende organisaties deze mee in pachtvoorwaarden.
Voor het ministerie van LVVN is dit rapport een belangrijke mijlpaal in het komen tot een KPI-kernset. Het ministerie zet in op de doorontwikkeling van de KPI's en de systeemontwikkeling voor bedrijfsgerichte doelsturing. Met dit rapport ligt er een basis voor politieke besluitvorming over op welke KPI's de Rijksoverheid kan gaan sturen. Ook biedt dit rapport handvatten om samen te werken met private organisaties en overheden om de landbouwsector verder te verduurzamen.