Melkveehouder Peter Oosterhof gooide roer 180 graden om

Peter Oosterhof was voorheen een ‘stoere boer’. Hij was vroeg met bemesten, vroeg met maaien en liet veel mest aanvoeren. „Ik hield van actie.” Inmiddels is het roer om. De productie per koe is een stuk lager, de bedrijfsvoering biologisch, natuurinclusief en wellicht zelfs regeneratief. Evengoed draait het bedrijfseconomisch uitstekend, laat zijn boekhouder weten.

‘Zonder KAS (kalkammonsalpeter, red.) geen gras’ is een uitspraak die Peter Oosterhof meer dan eens hoorde in de gangbare melkveehouderij. Hij maakt er liever van: ‘Zonder KAS geen PAS (Programma Aanpak Stikstof, red.)’. „Niet de veestapel halveren, maar de input moet naar beneden. Door minder kunstmest – voor het maken ervan is veel aardgas nodig – en krachtvoer te gebruiken, zijn er ook minder emissies. Door daarnaast zoveel mogelijk te beweiden, komen mest en urine niet bij elkaar en is er ook geen ammoniakuitstoot. En dus zijn er ook geen dure, innovatieve stalsystemen nodig.”

Oosterhof weidt zijn koeien inmiddels 300 dagen per jaar. „Je kunt de graslandopbrengst verhogen door diversiteit aan te brengen, met klavers en kruiden. Dat is goed voor de economie, maar ook voor de ecologie. Meer diversiteit aan planten betekent meer diversiteit aan insecten en bodemleven”, verklaart hij. „Met weidegang krijg je groeitrappen en daardoor is er ook ruimte voor wild en insecten, die een beter aanbod van voedsel en beschutting hebben. En omdat er meer insecten zijn, zijn er ook meer vogels. Landschapspijn is minder aan de orde, omdat de kavelvorm en -grootte minder van belang zijn. Landschapselementen worden zelfs een meerwaarde, als schaduwplek voor de koeien en als plek voor vogels en wild, die op hun beurt weer de muizenpopulatie in toom houden.”

Beeld: ©Agrio / Peter Oosterhof
Peters broer Erik ontwikkelde een machine waarmee 1.50m grote balen op het land eenvoudig kunnen worden verzameld en neergelegd

Regeneratieve landbouw

De door Oosterhof geschetste werkwijze staat bekend als regeneratieve landbouw: door middel van het bedrijven van landbouw het gebied terugbrengen naar de oorspronkelijke staat. De veehouder ziet enkel voordelen. „Veel weiden houdt ook in dat er weinig wordt ingekuild en dat de conserveringsverliezen dus beperkt zijn. En we hoeven de mest niet naar de wei te brengen, want dat doen de koeien zelf.” Hij stelt dat zijn land als gevolg van een betere beworteling door de toegenomen diversiteit aan planten meer CO2 vastlegt en tevens een betere vochtregulerende werking heeft en dus minder last heeft van weersextremen. „Er spoelt minder uit en door het vele weiden is er minder drijfmest. En door dit te verdelen in kleinere giften kan de bodem het beter ‘handelen’.”

Ten opzichte van tien jaar geleden, toen hij een gangbaar bedrijf had met een productie van 9.000 kilo melk per koe, is de bedrijfsvoering 180 graden gedraaid. „Ik was steevast vroeg met sleepslangen, stond altijd vooraan. Ik liet ook altijd veel mest aanvoeren, om het fosfaatgetal van de grond te verhogen, maar dat lukte nauwelijks. De kali rees wel de pan uit.” Peter vond de drukte op zijn erf ook mooi. „Dan gebeurde er wat, actie, daar hield ik van. Nu rijd ik bovengronds mest uit, met een klein tankje, en heb ik geen stress meer.”

De reden voor het aanvoeren van de mest was een herindeling in 2007, die Oosterhof land opleverde dat jarenlang in natuurbeheer was geweest. De mest bracht hem echter weinig en ook het nieuw ingezaaide gras liet het te snel afweten. „Ik kwam toen in contact met Peter Takens, destijds werkzaam voor Pure Graze en van de VBBM (Vereniging tot Behoud van Boer & Milieu, red.). Hij liep hier het land in en was enthousiast over de paardenbloemen, over de kikkers en over het feit dat het land licht vertrapt was. Hij associeerde dat met bodemmassage. Ik dacht dat hij niet goed bij zijn hoofd was”, bekent Peter.

Desondanks besloot Peter het saladebuffet te gaan telen. „We moesten er geen kunstmest op strooien, al had ik daar eerst geen vertrouwen in. Toch werden het mijn meest opbrengende percelen en dat heeft mij aan het denken gezet.” Peter kwam in een studiegroep terecht en bezocht als zodanig een bedrijf dat hem de schellen naar eigen zeggen van de ogen deed vallen. „Meestal kom je op een bedrijf vanwege een nieuwe stal met overal standjes van bedrijven die aan de stal verdiend hebben en aan het eind van de stal staat dan een arme boer. Op dit bedrijf blonk niks, alleen de boer straalde. Toen ik naar huis reed, dacht ik: ‘Een van ons is gek en hij is het niet’”, vertelt de Drent.

Apotheker en brandweerman

„Ik was altijd maar bezig met zaken als opstartbrok, propyleenglycol, dippen, bolussen, droogzetters en dergelijke. Allemaal dingen die helpen, maar niet voor het inkomen. Ik voelde me meer apotheker dan boer, ik was de brandweerman.” Oosterhof voerde zijn koeien overigens nooit maïs. „Het land is er niet geschikt voor, de teelt is slecht voor de bodem en de oogst kost veel energie”, zegt hij er nu over. „Verder teel je een eiwitarm gewas, waarbij het tekort moet worden aangevuld met eiwit uit bedrijfsvreemde grondstoffen.” Bovendien vindt hij dat grasgevoerde koeien gezondere melk produceren dan maïsgevoerde, omdat er meer omega-3- en minder omega-6-vetzuren in grasmelk zitten.

De veehouder stelt dat hij de geschikte koe ook niet had en was daarom al begonnen in te kruisen met Fleckvieh. „De koeien die na de holsteinisering gangbaar werden, waren de Amerikanen. Die hadden de goede fokwaarden, maar ze kunnen goed produceren onder buitenlandse omstandigheden. Ze hebben maïs nodig en daar past dan weer zwaar bemest eiwitrijk gras bij. Boeren met een hoogproductieve veestapel kunnen dan ook niet maar zo biologisch worden, je moet namelijk aan alle knoppen draaien.”

Verschillende melkveerassen

De veestapel is ingekruist met Fleckvieh en Brown Swiss, terwijl Peter nu experimenteert met MRIJ. Een ras waarvan hij de handelbaarheid roemt. „We gebruiken eigenlijk van alles wat, ook een kruislingstier als Mr Protein en zuivere Jerseys voor grote, grove koeien. Maar ook weer Holstein, om de melk eronder te houden. Doel is wel om de veestapel volledig A2A2 te krijgen.” Uit veiligheidsoverwegingen heeft de veehouder zelf geen stier. „Een eigen stier zou wel bij mijn visie passen, maar een uitloop is voor een stier verplicht in de biologische sector en ik zie dat niet zitten.” 

Ooit had Oosterhof de hoogste kunstmestkosten van zijn bedrijfseconomische studieclub, maar gaandeweg ging het roer om. De veehouder ging steeds meer op de biologische toer en is sinds 1 april dit jaar officieel omgeschakeld. „FrieslandCampina wilde ons vreemd genoeg niet meer hebben, maar gelukkig konden we bij Eko-Holland terecht.”

Hoewel de zuivelaar liefst het hele jaar melk wil hebben en Oosterhof ook aan die wens voldoet, werkt hij met een seizoensgebonden afkalfpatroon. De meeste koeien kalven in februari, maart en april. Daarnaast zijn er koeien die in de herfst kalven, koeien die te veel melk geven, of die niet op tijd drachtig worden. De productie ligt op zo’n 6.500 kilo melk, schat Peter, al realiseren de koeien per afgesloten lijst 7.200 kilo. Met het blokkalven maakt de veehouder optimaal gebruik van het voorjaarsgras. Hij doet aan stripgrazen, inclusief een achterdraad, en verzet de draad daarbij wel vijf keer per dag. „We willen zoveel mogelijk vers gras aanbieden en alleen bij stripgrazen vreten ze minder selectief.”

  • Beeld: ©Agrio / Susan Rexwinkel

    Het is zaak het jongvee goed te voeren, zodat ze ontwikkeld zijn op tweejarige leeftijd. Dit in verband met het seizoensgebonden afkalfpatroon.

  • Beeld: ©Agrio / Peter Oosterhof

    Onder de droge omstandigheden van afgelopen zomer deden de kruiden het beter dan de grassen.

  • Beeld: ©Agrio / Susan Rexwinkel

    Erik Oosterhof, de broer van Peter, bouwde een balenafroller op een kooiaap, waarmee Peter de ronde balen voor het voerhok draait.

  • Beeld: ©Agrio / Ellen Meinen

    Oosterhof doet aan stripgrazen en verzet de draad wel vijf keer per dag. "De koeien moeten als een zeis vreten en dat doen ze alleen bij stripgrazen", stelt hij.

‘Weideresten, geen verliezen’

De koeien worden ingeschaard op wat langer gras dan de meeste veehouders gewend zijn. „Daardoor krijgen ze een gezonder product met een goede blad/stengel-verhouding”, stelt Oosterhof. „Het gras groeit daardoor ook beter, omdat er in langer gras meer bladgroenkorrels zitten, die zorgen voor fotosynthese. We laten het gras daarom ook niet helemaal tot de grond afvreten.” Dat langer gras ook tot meer vertrapping kan leiden, vindt de veehouder geen probleem. „Ik noem dat geen weideverliezen, maar weideresten. Het vertrapte gras is weer voeding voor het bodemleven. Voederwaarde die verloren gaat bij het inkuilproces is weg en blijft weg; dit moet met krachtvoer worden aangevuld.”

Naast dat de koeien in langer gras worden geweid, maait Oosterhof ook iets hoger, zodat de stoppel wat langer blijft en het gras weer eerder gaat groeien. „Als je kort maait met een witte stoppel als resultaat, leg je de fotosynthese stil en moet de plant zich eerst uit de wortel voeden, wat energie kost. Stikstof toevoegen is dan de remedie. Wij zorgen liever dat het blad groen blijft en maken daarmee gebruik van de zonnecelletjes.”

De veehouder maait de weidepercelen het liefst slechts één keer per jaar en maait ze na 1 augustus niet meer. „We laten de bloeiwijze rustig staan, zodat deze vervolgens kan uitzaaien; dat zorgt voor diversiteit.” Oosterhof schudt het gras niet, maar maait en harkt alleen. Bovendien wordt voor het wiersen een speciale hark van het Finse merk Elho gebruikt, een machine die het gras opgooit en daardoor schoon werkt met minder bladverlies en niet diep hoeft te krabben om netjes te werken. Het gras wordt daarna in ronde balen geperst en vervolgens door eigen gemaakte machines (zie foto’s) – Peters broer Erik is een techneut met een werkplaats op het bedrijf – verzameld en ‘s winters vervoederd. Oosterhof heeft geen rijkuilen, omdat hij vaker kleine hoeveelheden maait. „Ik wil flexibel zijn in het maaien en bovendien zijn balen goed tegen broei. Ik voer de koeien nu een baaltje per dag bij.”

De veehouder merkt dat zijn grasland voor hogere opbrengsten zorgt. „Engels raaigras levert zonder kunstmest 6 à 7 ton droge stof op, terwijl het kruidenrijke land 12 ton opbrengt. Ik red het qua bemesting dus alleen met divers grasland.” In het land staan naast grassen als Engels raai, kropaar en rietzwenk kruiden als duizendblad, smalle weegbree, cichorei, wilde peen en klaver. „Het is lastig om ze erin te krijgen en nog lastiger om ze er in te houden. De grond is hier eigenlijk te rijk voor kruiden. Hoe slechter de grond, hoe beter de sla.” Om het land niet steeds volledig opnieuw te hoeven inzaaien, zijn Peter en Erik bezig een strokendoorzaaimachine te ontwikkelen. Het is de bedoeling dat de machine achter de cultivatortand een zaaibedje maakt op verschillende hoogten, omdat de verschillende kruiden verschillende zaaidiepten vereisen.

Beeld: ©Agrio / Susan Rexwinkel
De koeien krijgen op stal een mengsel van een vroege en een late grassnede verstrekt, evenals natuurhooi

Weidegang borgen

Oosterhof heeft ook nagedacht over hoe hij de emissiereductie door middel van veel te weiden wettelijk kan borgen. „Omdat wij het systeem van blokkalven hanteren, hebben wij geïnvesteerd in de Sensoor-techniek. Veel koeien zijn namelijk tegelijk tochtig en dan is het lastig te zien welke koeien precies tochtig zijn; met het detectiesysteem wordt dat veel eenvoudiger.” Omdat de koeien zoveel buiten lopen, volstond een router alleen in de stal niet. „Als de koeien binnenkwamen voor het melken, kwamen alle gegevens ineens binnen en kwamen de meldingen na de verwerking een half uur later. Maar de eerste koeien liepen binnen een kwartier alweer buiten en die waren dus gemist.”

Daarom is er sinds kort ook een router in het land aanwezig. Peter bedacht dat daar ook het aantal dagen weidegang mee te registreren moest zijn. Hij ging met zijn idee naar zijn buurtgenoot, de industrieel en kringloopboer Maurits Tepper, die er wel iets in zag en er onlangs samen met Peter mee in het tv-programma EenVandaag verscheen. Het idee concreet handen en voeten geven, moet overigens nog gebeuren.

Hoogste uurtarief

Ondanks de positieve ervaringen lijkt een teruggang van de productie van 9.000 naar 6.500 kilo melk per koe in eerste instantie voor fors gederfde inkomsten te zorgen. De veehouder geeft desalniettemin aan met zijn relatief bescheiden bedrijfsproductie van 700.000 kilo melk bij de top 25 procent hoogste inkomens te zitten, waar de anderen uit dat segment in de regionale studiegroepen op 1,3 miljoen kilo melk zitten. Marcel van Alphen van Alan accountants en adviseurs bevestigt de resultaten. „Peter gaat voor het hoogste uurtarief. Hij heeft lage kosten en een biologische melkprijs. Een zwak punt is de relatief hoge huisvestingskosten per kilo melk, omdat hij van plan was naar 150 koeien te groeien en traditioneel te draaien. De financiering zit wel in de kostprijs. Maar hij scoort goed op de opbrengst van zijn land. Hij zaait allerlei mengsels en dat zorgt voor een enorm hoge drogestofopbrengst. Hij realiseert 12 à 13 ton droge stof per hectare, terwijl een gemiddelde biologische boer tot 7 à 8 ton komt. Daardoor zijn de totale voerkosten op zijn bedrijf, inclusief de eigen ruwvoerkosten, laag”, legt de accountant uit. „Wat er nog bij komt, is dat hij nu ook veel waardering krijgt vanuit zijn omgeving.”

Oosterhof zegt dingen wel eens net anders te doen dan een boekhouder adviseert. „Die kijkt of het haalbaar is om te investeren in fosfaatrechten, terwijl wij ze juist verhuren vanwege de lagere productie per koe.” En samen met Nico Minnema van adviesbureau Successie Natuurzaken werkt hij aan een plan om nog natuurinclusiever te worden. „Maar dat zit nog in de pijplijn.” Hij benadrukt overigens niets te hebben tegen ‘het bestaande systeem’. „Ik wil als extensieve boer alleen niet opgezadeld worden met de problemen van de intensieve boer. Mijn verhaal is geen aanval op het gangbare, maar een verdediging van hoe wij het doen. Dit zou het boeren rond Natura 2000-gebieden ook kansen moeten bieden. Terreinbeherende organisaties staan er wel voor open.” 

Beeld: ©Agrio / Susan Rexwinkel

Bedrijfsgegevens

Peter Oosterhof (47) en Marieke den Oudsten (47) melken in Foxwolde (DR) een honderdkoppige melkveestapel. Ze hebben twee kinderen, Mara (8) en Jilt (6). Peters vader Piet en broer Erik, een techneut, leveren ook hun bijdrage aan het bedrijf. Peter bouwde een stal voor 150 koeien, maar die is door de regelgeving tot dusver niet vol gekomen. Op het dak liggen zonnecollectoren, waardoor het bedrijf zelfvoorzienend is in de energiebehoefte. De koeien worden gemolken in een 2 × 12-stands melkstal van DeLaval met Hudonk-wisselsysteem. De productie van de veestapel bedroeg in het verleden 9.000 kilo melk, maar is door een koerswijziging gezakt naar 6.500 kilo. Oosterhof boert sinds 1 april biologisch en verstrekt zijn koeien een kruidenrijk grasrantsoen, waarvan 20 procent bestaat uit structuurrijk natuurhooi van land van Staatsbosbeheer. De koeien krijgen aanvullend krachtvoer, 17 tot 20 kilo per 100 kilo melk. Oosterhof beschikt over 60 hectare beweidbare grond en daarnaast 7 hectare natuurland en nog 10 hectare grond met een beheersvergoeding. Hij weet zijn drogestofopbrengst te verhogen door veel kruiden te telen. „Biodiversiteit zorgt voor balans in bodem en gewas. Aanwezige schimmels en micro-organismen moeten hun werk kunnen doen”, verklaart hij. „Maar ridderzuring en distels zijn nog wel een dingetje.”

Beeld: ©Agrio / Susan Rexwinkel

In het weiland zijn diverse grassen en kruiden terug te vinden. Het blijkt echter niet eenvoudig de diversiteit in stand te houden. Er is veel kropaar. „Kropaar zit in het saladebuffet en wortelt heel diep. Het groeit ook lang door, maar is niet zo smakelijk.” Oosterhof laat de bloeiwijzen staan, waardoor de grassen en kruiden zichzelf kunnen verspreiden. „Daarbij legt Engels raaigras het af, er concurreert niks tegen kropaar. Daarom probeer ik het nu te zoeken in dieper wortelende grassen en misschien is er ook een smakelijkere kropaar.”

Dit verhaal is onderdeel van een serie artikelen voor deze website (tussen 2019 en 2021) waarin agrarisch ondernemers vertellen hoe zij werken aan de omslag naar kringlooplandbouw. Op Groeien naar morgen lees je verhalen van agrariërs die stappen zetten en maak je kennis met de Demobedrijven.