Vanaf 2035 moeten pluimveehouderijen, varkenshouderijen en kalverhouderijen voldoen aan bedrijfsspecifieke emissienormen. Daarnaast krijgen deze bedrijven te maken met veranderingen bij productierechten.

De nieuwe maatregelen

  • Varkenshouderijen: Er komen emissienormen voor stikstof (NH3) en broeikasgassen (CO2-eq) per dierplaats. Er wordt onderzoek gedaan welke normen haalbaar zijn. Verwachting is dat de normen in het eerste kwartaal van 2027 bekend worden gemaakt.  
  • Pluimveehouderijen: Er komt een emissienorm voor stikstof (NH3) per dierplaats. Er wordt onderzoek gedaan welke norm haalbaar is. Verwachting is dat de norm begin 2027 bekend worden gemaakt. Het kabinet is niet van plan om een klimaatnorm voor de pluimveehouderij te stellen.
  • Kalverhouderijen: Er komen emissienormen voor stikstof (NH3) en broeikasgassen (CO2-eq) per dierplaats. Er wordt onderzoek gedaan welke normen haalbaar zijn. Verwachting is dat de normen eerste kwartaal van 2027 bekend worden gemaakt.  
  • Het kabinet wil kunnen ingrijpen op het totaal van productierechten om de ammoniakopgave te behalen. Hiervoor wil zij de juridische basis onder het stelsel verbreden. Hierdoor kunnen in de toekomst ook productierechten worden afgeroomd bij een (dreigende) overschrijding van het emissieplafond in een sector. Afroming betekent dat bij verkoop van productierechten buiten de familie, een percentage van de productierechten uit de markt wordt gehaald.
  • Het kabinet wil onderzoeken of productierechten ook ingevoerd kunnen worden in de geitensector en de kalversector.

Wat zijn de handelingsopties voor intensieve veehouders en welke ondersteuning is daarvoor?