Voor een toekomstbestendige melkveehouderij is het nodig dat stikstof- en klimaatemissies omlaaggaan, de waterkwaliteit verbeterd en er voldoende aandacht is voor dierenwelzijn. Bij melkveehouders leven er zorgen wat deze verdere verduurzaming betekent voor het verdienmodel van hun bedrijf.
Op 26 juni 2026 heeft het kabinet een maatregelenpakket gepresenteerd om de stikstofdoelen te halen. Hierin staan nieuwe regels en doelen waar bedrijven aan moeten gaan voldoen. In de plannen staat ook dat de overheid boeren gaat helpen. Op deze pagina lees je als melkveehouder welke nieuwe regels het kabinet voorstelt en welke ondersteuning je kunt krijgen. Het parlement moet nog instemmen met de nieuwe maatregelen.
De nieuwe maatregelen
Dit zijn de nieuwe regels voor melkveehouderijen.
Grondgebondenheidsnorm
- Melkveehouders mogen vanaf 2035 maximaal 2,6 grootvee eenheden (GVE) per hectare houden.
- Er komt hierbij een ingroeipad. Dat betekent dat er ook normen komen voor 2030 en 2032.
- Liggen je percelen op zand- of lössgrond? Dit zijn uitspoelingsgevoelige gebieden. 85 procent van de grond die gebruikt wordt om aan de grondgebondenheidsnorm te voldoen, moet in dat geval blijvend grasland zijn of rustgewassen hebben.
- Heb je niet genoeg grond? Je mag een samenwerkingsovereenkomst sluiten met akkerbouwers binnen een straal van 25 kilometer van jouw bedrijf liggen.
Bedrijfsspecifieke emissienormen
- Vanaf 2035 gelden er bedrijfsspecifieke emissienormen voor stikstof en klimaat.
- Het gaat om normen per fosfaatrecht voor stal- en opslagemissies.
- Veldemissies tellen dus niet mee binnen deze norm.
- De normen zijn: 0,164 NH3 (stikstof) en 92 kg C02-eq (klimaat). Kijk hier hoe je je huidige uitstoot kunt berekenen.
- Er komt een ingroeipad voor deze bedrijfsspecifieke emissienormen. De normen worden afrekenbaar in 2035. Voor die tijd worden ondernemers al wel gestimuleerd om stappen te zetten. Er komt een richt- of streefwaarde. Dit informeert agrariërs wat de bedrijfsemissie van ammoniak in 2030 zou moeten zijn.
- Voor biologische en extensieve bedrijven kan het zijn dat er een aanpassing komt in de rekenmethoden, of dat er extra ondersteuning komt voor deze bedrijven. Insteek hierbij is dat bedrijven die biologisch of extensief zijn, een haalbaar handelingsperspectief hebben om aan de norm te voldoen. Er wordt gestreefd hier in het eerste kwartaal van 2027 duidelijkheid over te geven.
- Biologische bedrijven krijgen een uitzondering op de bedrijfsspecifieke emissienorm klimaat (CO2-eq). Niet alle maatregelen die zorgen voor minder broeikasgassen per fosfaatrecht, passen in de biologische bedrijfsvoering.
Extra maatregelen voor bedrijven dichtbij kwetsbare natuur
- Bij kwetsbare natuur zijn extra maatregelen nodig om de natuur te herstellen. Dit kan ook gevolgen hebben voor agrarische bedrijven dicht bij deze natuur.
- In deze zoneringsaanpak is extra vermindering van stikstofuitstoot nodig. Deels kan dat ook tot strengere regels voor agrarische bedrijven leiden. Denk bijvoorbeeld aan extra regels voor mestplaatsingsruimte, het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en veebezetting. Hierover wordt in 2027 meer bekend.
- Voor sommige gebieden komen provincies met een andere aanpak dan de rijksoverheid voorstelt. Dat heet een omwisselbesluit. Uitgangspunt is dat met zo'n omwisselbesluit evenveel stikstofreductie plaatsvindt. Bij de provincie is bekend waar aan een omwisselbesluit wordt gewerkt.
Steun voor melkveebedrijven
Als melkveehouder heb je tot 2035 om aan de nieuwe bedrijfsspecifieke emissienormen te gaan voldoen. Dat geeft je tijd om te onderzoeken welke kant je met jouw bedrijf uit kunt en wilt. Er is ondersteuning om je te helpen bij het maken van keuzes. Ook komt er financiële steun, zodat investeringen die nodig zijn, mogelijk worden.
Op regelingen en ondersteuning vind je regelingen die nu al beschikbaar zijn. Hieronder lees je welke extra ondersteuning beschikbaar komt. Deze ondersteuning helpt je de komende jaren om met je melkveebedrijf aan de nieuwe regels te gaan voldoen.
1. Eerst inzicht: kennis, advies en begeleiding
Voordat je keuzes maakt over de ontwikkelrichting van het bedrijf, is het belangrijk dat je weet wat bij jou als ondernemer past, wat past in het gebied waar je bedrijf zit en hoe groot de stappen zijn die je moet zetten. Je kunt op verschillende manieren en plekken kennis inwinnen en advies vragen:
- Inzicht in bedrijfsspecifieke opgave: Als melkveehouder kun je met de kringloopwijzer bekijken wat je huidige stikstof- en klimaatemissies zijn. Ook de NH3-berekenwijzer van het onafhankelijke platform IntoAgri kan je hierbij helpen.
- Vraag advies en krijg ondersteuning: Er zijn meerdere plekken waar je ondersteuning en advies kunt krijgen. Kijk hier voor het overzicht met plekken voor (gratis) hulp.
2. Hulp bij extensiveren en omschakelen
Door te extensiveren kun je als melkveehouder de belasting op de natuur en van de waterkwaliteit verminderen. Dit kan ook samengaan met omschakeling naar een ander, duurzaam verdienmodel. De volgende extra steun komt hiervoor beschikbaar in de komende jaren.
- Extra geld voor Agrarisch Natuurbeheer: De komende jaren komt hiervoor 1,2 miljard euro extra beschikbaar. Dit helpt om tot een meer extensief verdienmodel te komen.
- Extra geld voor Investeringsfonds Duurzame Landbouw: Boeren die willen omschakelen naar een meer duurzaam verdienmodel kunnen via dit fonds een voordelige lening afsluiten (Voor de jaren 2027 en 2028 is dit in totaal 69 miljoen).
- Extensiveren en omschakelen in zones: Er komt extra ondersteuning om te extensiveren voor agrariërs in zones vlakbij kwetsbare natuur of in kwetsbare watergebieden. De regeling hiervoor wordt uitgewerkt.
- Grondinstrumenten: Om het mogelijk maken om extra grond te kunnen kopen, wordt kavelruil en herverkaveling gestimuleerd. Via de Nationale Grondbank wil LVVN gericht grond aankopen en vervolgens uitgeven aan agrariërs die willen extensiveren.
- Actieplan biologische landbouw: Vanuit dit actieplan komt er steun voor agrariërs die willen omschakelen naar biologische bedrijfsvoering. Het gaat hier vooral om compensatie voor tijdelijk verlies van inkomsten. Vanaf 2027 komt hiervoor zo’n 14 miljoen euro per jaar beschikbaar.
Kijk op regelingen en ondersteuning voor wat er nu al beschikbaar is om te extensiveren of om te schakelen.
3. Steun bij managementmaatregelen en stalaanpassingen
Managementmaatregelen en stalaanpassingen kunnen helpen om bedrijfsspecifieke emissienormen voor klimaat en stikstof te behalen. In totaal wil het kabinet de komende jaren 2 miljard euro uitgeven aan innovaties gericht op emissiereductie (stalmaatregelen) en managementmaatregelen.
- Er komt een Stimuleringsregeling Managementmaatregelen Veehouderij (SMV). Deze regeling ondersteunt ondernemers bij het nemen van managementmaatregelen.
- In de loop der jaren komt ook weer budget beschikbaar voor de aanschaf van integraal duurzame stallen. Of dit een subsidie, een fiscale regeling of een financieringsinstrument wordt, wordt nu nog verkend.
- In het programma Vernieuwing Stalbeoordeling wordt een nieuw stelsel ontwikkeld om maatregelen te beoordelen op de emissie van ammoniak, fijnstof, geur en broeikasgassen.
- Ook wordt ingezet op het vergroten en uitwisselen van kennis bij agrarisch ondernemers.
Kijk op regelingen en ondersteuning voor wat er nu al beschikbaar is op het gebied van innovaties.
4. Vergroten afzet van duurzame en biologische producten
Om de landbouwsector te verduurzamen, is het nodig dat hiervoor waardering en financiering vanuit marktpartijen en consumenten komt. Zo moet bijvoorbeeld de afzetmarkt voor biologische producten vergroot worden.
- Met de zuivelketen worden afspraken gemaakt om verduurzaming beter te belonen. Het gaat hierbij om stimuleringsmaatregelen en extra beloningen.
- Ook wil het kabinet afspraken maken met de voedselketen om de vraag naar biologische producten te vergroten.
5. Stoppen of verplaatsen als veehouder
- Veehouders die willen stoppen met het houden van vee, kunnen gebruik maken van vrijwillige regelingen. Houdt het overzicht met regelingen en ondersteuning in de gaten om te zien wanneer er een regeling opengaat.
- De komende jaren blijft er ook ondersteuning voor veehouders die willen verplaatsen vanuit zones rondom natuurgebieden naar een plek daar verder bij vandaan. Ondanks dat, zal dat voor melkveehouders moeilijk blijven om het bedrijf te verplaatsen: er moet zelf een plek en dus ook grond gevonden worden voor deze verplaatsing. Ook moet er een passende natuurbeschermingsvergunning op de nieuwe locatie aanwezig zijn.
- Aanvragen van regelingen voor het stoppen als veehouder of om te verplaatsen kan vaak via RVO.
Voor het maken van een keuze voor de toekomst van het bedrijf kun je als melkveehouder ondersteuning krijgen. Kijk hiervoor op Vraag advies en krijg ondersteuning.
