Met de plannen die het kabinet op 26 juni heeft gepresenteerd, wil zij de melkveehouderij toekomstbestendig maken. Dit lukt alleen als de melkveehouderij zich ontwikkelt naar een bedrijfstak die in balans is met de leefomgeving. Dat betekent dat de melkveehouderij een bijdrage moet leveren aan het verbeteren van de waterkwaliteit, het tegengaan van klimaatverandering en het versterken van de biodiversiteit. Ook vindt het kabinet het belangrijk dat er koeien in de wei blijven.
Vanaf 2035 geldt er een grondgebondenheidsnorm en bedrijfsspecifieke emissienormen voor melkveehouders. De komende jaren moeten melkveehouders daar naar toewerken.
De nieuwe maatregelen
Grondgebondenheidsnorm: 2,6 grootvee eenheden (GVE) per hectare.
- In uitspoelingsgevoelige gebieden, zoals op zand- en lössgrond, is het verplicht om hiervan 85 procent blijvend grasland- of rustgewassen te behouden.
- De grondgebondenheidsnorm kan ook gehaald worden door samenwerkingsovereenkomsten te sluiten met akkerbouwers, binnen een straal van 25 kilometer rondom het melkveebedrijf.
Bedrijfsspecifieke emissienormen per fosfaatrecht: 0,164 NH3 per fosfaatrecht per jaar en 92 kg CO2-eq. per fosfaatrecht per jaar voor stal- en opslagemissies.
Aanvullend voor bedrijven die dicht bij kwetsbare natuur zitten (zoneringsaanpak)
- Melkveehouderijen in gebieden die dicht bij Natura 2000-gebieden zitten of in kwetsbare watergebieden, krijgen te maken met een gebiedsaanpak. Uiterlijk op 31 december 2027 moet er een aanpak liggen die zorgt dat de natuur voldoende kan herstellen. Als dat niet lukt, dan gaan er op bedrijfsniveau regels gelden. Deze regels gaan over mestplaatsingsruimte, veebezetting en gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
Gevolgen voor extensieve en biologische melkveebedrijven
- Het kabinet laat onderzoeken of er voor deze bedrijven een aanpassing van de emissienormen moet komen. Het gaat er dan vooral om of in de gehanteerde rekenmethoden voldoende rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering van extensieve veehouderij en of er extra (financiële) ondersteuning nodig is.
- Er komt een uitzondering op de bedrijfsspecifieke emissienorm klimaat (CO2-eq) voor biologische melkveebedrijven, omdat juist maatregelen die zorgen voor vermindering van broeikasgassen (zoals additieven) niet passen in de biologische bedrijfsvoering.
Wat zijn de handelingsopties voor melkveehouders en welke ondersteuning is daarvoor?
Melkveehouders kunnen de komende jaren stappen zetten, zodat zij in 2035 voldoen aan de grondgebondenheidsnorm en de bedrijfsspecifieke emissienormen. Hierbij geeft de overheid ondersteuning.
Melkveehouders kunnen voor een eerste indicatie waar zij staan ten opzichte van de normen vrijblijvend de Kringloopwijzer raadplegen. Daarnaast wordt er een gebruiksvriendelijke tool ontwikkeld waarmee ondernemers kunnen simuleren wat het effect zou zijn van het nemen van bepaalde maatregelen op hun bedrijf.
Het is van belang om keuzes te maken voor de toekomst van het bedrijf. Wat voor bedrijfsvorm past bij je, welke stappen heb je de afgelopen jaren al gezet en wat past in de omgeving waar je gevestigd bent.
- De overheid wil dat agrarisch ondernemers advies kunnen inwinnen om keuzes te maken die passen bij het bedrijf. Hierbij kan bijvoorbeeld worden ingezet op scholing, praktijkleernetwerken of het inschakelen van een bedrijfsadviseur.
- Melkveebedrijven in de zone rondom kwetsbare natuur kunnen ondersteuning krijgen van een zaakbegeleider.
In de zones rondom kwetsbare natuur is het noodzakelijk dat bedrijven (zeer) extensief gaan boeren. Maar ook buiten de zones kan extensivering een goed handelingsperspectief zijn. Dit kan samengaan met andere inkomstenbronnen, zoals kinderopvang, directe verkoop van producten aan bijvoorbeeld restaurants, of inzet op zwaar agrarisch natuurbeheer met langjarige beheercontracten.
- Provincies gaan helpen bij het leggen van een nieuwe grondpuzzel voor de zones. Daarvoor zijn gebiedsprocessen nodig. Dit zal vaak leiden tot een vrijwillige kavelruil, of tot een wettelijke herverkaveling. Hiervoor gaat de Rijksoverheid actief gronden aankopen, binnen en buiten de zone. Dat brengt grondmobiliteit op gang en dat maakt verplaatsing en extensivering mogelijk.
- Voor bedrijven die willen of moeten extensiveren of omschakelen naar biologisch, komt compensatie voor (tijdelijk) verlies van opbrengsten.
- Boeren die willen omschakelen, bijvoorbeeld naar biologische landbouw, kunnen gebruik maken van Investeringsfonds Duurzame Landbouw (IDL).
- Kleinere boeren wil het kabinet tegemoetkomen in de kosten voor certificering om biologisch te worden.
- Er komt extra budget voor Agrarisch Natuurbeheer.
- Er komen extensiveringsregelingen, zoals de Subsidie extensivering Melkveehouderij (SEM)
- Bedrijven die vallen onder de zoneringsaanpak wil het kabinet compensatie geven voor het waardeverlies van de landbouwgrond.
- Om te voldoen aan de grondgebondenheidsnorm kunnen melkveehouders samenwerkingsovereenkomsten sluiten met akkerbouwers binnen een straal van 25 kilometer rondom het eigen bedrijf.
Door aanpassingen in het voer, in weidegang of met andere managementmaatregelen, kunnen emissies vaak verlaagd worden. Dit geldt voor gangbare en intensieve bedrijven én voor bedrijven die al extensiever boeren of biologisch zijn.
- Er komt ondersteuning voor het nemen van managementmaatregelen. Hiervoor gaat het ministerie van LVVN de Stimuleringsregeling Managementmaatregelen Veehouderij voor emissiereductie (SMV) ontwikkelen.
Stalmaatregelen kunnen emissies flink verlagen, zeker als dit wordt gecombineerd met het verwerken van de mest. Dat het nu onder voorwaarden mogelijk is enkele Renure-meststoffen aan te wenden, biedt hierin ook perspectief.
- De overheid zet in op het (door)ontwikkelen van emissiearme stalsystemen en -technieken.
- De overheid stimuleert het toepassen van emissiearme stalsystemen en -technieken.
Om de landbouwsector te verduurzamen, is het nodig dat hiervoor waardering en financiering vanuit marktpartijen en consumenten komt. Zo moet bijvoorbeeld de afzetmarkt voor biologische producten vergroot worden.
- Met de zuivelketen worden afspraken gemaakt om verduurzaming beter te belonen. Het gaat hierbij om stimuleringsmaatregelen en extra beloningen.
- Ook wil het kabinet afspraken maken met de voedselketen om de vraag naar biologische producten te vergroten.
- Melkveehouders die willen stoppen met het houden van vee, kunnen gebruik maken van een vrijwillige beëindigingsregeling. Hiermee is het mogelijk om wel op de locatie te blijven en daar wellicht op een andere manier te ondernemen.
- Als er kans is om het bedrijf te verplaatsen naar een plek verder van kwetsbare natuur, dan wil de overheid dit ondersteunen.
Met dit maatregelenpakket komen een groot aantal nieuwe ondersteuningsmogelijkheden beschikbaar. Er zijn daarnaast ook al bestaande regelingen waar melkveehouders gebruik van kunnen maken. Kijk hiervoor op Regelingen en ondersteuning | Groeien naar morgen
